Interview Yorick van Norden

Ik ren achter Yorick aan en roep z’n naam. Hij is net een sleutel komen halen bij ons op kantoor en was weer verdwenen voor ik er erg in had. Ik vraag of hij het leuk zou vinden om een interview te doen voor een stukje op onze website. Het lijkt hem hartstikke leuk. Hij is eventjes een uurtje weg, maar daarna heeft hij alle tijd voor me. Ik maak snel wat dingen af, luister anderhalf nummer van hem op YouTube, en ga naar voren, naar het café van Belcanto. Daar zit hij met z’n oortjes in achter z’n Macbook, een leeg bordje lunch op de hoek van z’n tafel. Yorick is sympathiek en praat alsof hij vaker interviews doet. Z’n zinnen komen er vloeiend en beleerd uit en de passie voor muziek druipt van hem af.

Yorick van Norden. Vertel eens, wie ben je, waar kom je vandaan?
Ik ben 28 jaar oud, geboren in Haarlem, opgegroeid in Velsen, heb een jaartje in Amsterdam gewoond en nu al weer zo’n acht jaar gewoon in Haarlem. Ik ben muzikant van beroep. Toen ik een jaar of negen, tien was werd ik gegrepen door muziek en begon ik met het verzamelen van lp’s, singeltjes, dat soort dingen. Tegelijkertijd ben ik zelf gitaar gaan spelen, omdat ik zelf ook wilde maken waar ik naar luisterde. Muziek werd toen echt m’n passie. En eigenlijk m’n hele middelbare schooltijd heb ik me bezig gehouden om dat te ontwikkelen. Liedjes schrijven, met allerlei bandjes optreden, talentenjachten op school, elke kans die we schoon zagen om op een podium te staan grepen we aan.
Na de middelbare school ben ik Muziekwetenschappen gaan studeren op de Universiteit van Amsterdam. Dat beviel me niet omdat ik toch meer praktisch bezig wilde zijn, en die opleiding was heel theoretisch en vastgeroest, je kan wel zeggen achterhaald. Alles wat een beetje moderne muziek was werd eigenlijk weggeschoven als zijnde een jeugdfenomeen. Toen ben ik naar het Conservatorium van Amsterdam gegaan. Daar heb ik een jaar lang gitaar gestudeerd en toen ben ik overgestapt naar Rotterdam waar ik de studie Songwriting ben gaan doen. Ik kwam er namelijk achter dat ik zelf altijd bezig was met het zelf componeren van liedjes, het schrijven van liedjes, het arrangeren, en niet zozeer met het pingelen van toonladders op de gitaar. Maar die Songwriting studie beviel ook niet echt. Ik weet eigenlijk nog steeds niet wat ik er van vind. Ik bedoel, je kan iemand wel veel leren over een instrument, maar iemand leren een goed liedje te schrijven, dat is toch anders.

En tijdens je studie bleef je ook muziek maken?
Tijdens m’n middelbare schooljaren had ik een band opgezet, The Hype. Daar begonnen we op een gegeven moment prijzen mee te winnen en die bal ging steeds meer rollen. Dat liep dus heel goed en nam eigenlijk al m’n tijd in. M’n studie was dus eigenlijk bijzaak, maar ik kon alleen maar in The Hype blijven spelen door de studiefinanciering die ik kreeg, ha ha. Uiteindelijk hebben we met The Hype een succesvolle singel uitgebracht en hebben we een album uitgegeven. En toen zijn we ermee gestopt. Mensen hadden zoiets van ‘huh, het is net een nieuw bandje toch’? Maar wij waren al acht jaar bezig. We waren toe aan iets nieuws en op een bepaalde manier raakten we op elkaar uitgekeken. Er waren ook teveel kapiteins op het schip gekomen en we raakten te ver verwijderd van waar het om ging. Voor mij was het eigenlijk wel een opluchting dat het klaar was, ik heb er geen seconde spijt van gehad.
Toen zowel The Hype als m’n studie waren afgelopen, ging ik heel veel schrijven en was ik op zoek naar een plek. Ik heb Maarten Meurkens toen 10 of 20 keer gebeld om te kijken of er wat vrij was. Dat was er toen niet, maar ik was zo volhardend dat hij zag dat ik het meende en we samen naar alle opties gingen kijken. Eerst zijn we toen gaan kijken bij de Gonnetstraat, maar dat kon helaas niet doorgaan wegens het ontbreken van stroom in die vleugel van het pand. En toen kwam de Surinameweg 2 op m’n pad, waar we niet echt hard muziek konden maken, omdat het gebouw zo gehorig is. Maar Maarten Veldhuis, een singer-songwriter met wie ik m’n ruimte huur, en ik grepen dat met beide handen aan!

En ben je hier vaak?
Ik probeer hier een dag of twee of drie in de week te werken en vaak zit ik dan hier in het Belastingparadijs. Ik ken niet iedereen die hier zit, maar je zegt elkaar wel gewoon gedag, je bouwt een soort band op, dat vind ik wel waardevol. Ik heb een beetje een artiestenritme, al valt dat ook best mee. Ik slaap rond 1 á 2 uur en sta om 9 uur op. Om 10 uur zit ik hier dan, een paar uurtjes mailen, bellen, administratie regelen en zo. Daarna ga ik naar m’n ruimte. Nummers opnemen, evalueren, het schrijven van liedjes, dat soort dingen.

Hoe pak je het maken van een nummer aan?
Dat begint eigenlijk altijd bij de muziek. Ik vind de melodie leidend, ik vind melodie echt belangrijk. Soms zit ik in de bus en hoor ik een melodie, een soort radiozender in m’n hoofd die ik aan kan zetten, en soms komt het gewoon zonder na te denken. Of ik ben aan het spelen en dan denk ik, oh shit, dit moet ik niet vergeten, en dan zet ik snel m’n memorecorder aan. Ik hoop het dan meteen te kunnen reproduceren met hetzelfde gevoel, en soms lukt dat en soms niet. En melodieën vergeet ik eigenlijk niet. Af en toe maak ik ook dingen af waar ik jaren geleden aan begonnen ben.
En als ik dan zo’n melodie in m’n hoofd krijg, dan zitten daar vaak ook wat flarden tekst bij en een titel. Op het moment zelf sta ik daar niet echt bewust bij stil, en wanneer ik het ga uitwerken realiseer ik me pas echt waar het over gaat. Melodieën komen heel natuurlijk, maar aan teksten moet ik echt hard werken. Ik lees en schrijf veel Engels, dus dat zit wel goed, maar toch, ik vind het fijn om er met iemand over te sparren. Maarten, met wie ik de ruimte deel, is heel vloeiend met teksten. Als ik hem vertel waar het liedje over gaat en hem laat zien wat ik al heb, dan schrijft hij er zo acht coupletten bij en dan kies ik zeg maar uit welke ik goed vind en welke niet, en dan gaan we daar verder over sparren, fine tunen en zo. Ik heb elke dag ideeën, maar ik ben heel kritisch om iets naar de eindstreep te brengen. Ik schrijf geen 50 nummers per jaar, eerder 7 of 8. Ik wil niet dingen afmaken om het afmaken, weet je wel. Als ik iets maak wil ik wel dat het goed is, en dat ik er echt achter kan staan. Waarom zou je slechte nummers schrijven?

Kan je wat over je muziek vertellen?
Weet je, ik luister natuurlijk heel veel muziek. Ik heb zo’n drieduizend lp’s en ook zo tweeduizend cd’s, dat is echt m’n passie. Ik heb ook een bijbaantje in een platenzaak hier in de buurt, en mijn salaris bestaat uit dat ik plaatjes uit mag zoeken om mee naar huis te nemen, ha ha. Ik hou dus heel erg van muziek, met een speciale voorliefde voor de muziek uit de jaren ’60 en ’70, die warme klank, dat spreekt me erg aan.
Mijn eigen muziek vind ik zelf niet alternatief, maar als ik de wereld in stap zie ik wel dat het alternatief is. Wat je op de radio hoort, dat is niet wat ik doe. Wat ik probeer te doen is gewoon mooie, oprechte, intelligente liedjes schrijven, met een kop en een staart. Ik hou heel erg van melodieuze muziek. Het is dus niet alternatief in de zin van tegendraads of zo.
Wat ik wel belangrijk vind is dat ik met m’n nummers nooit het gevoel wil hebben dat ik iets kopieer. Ik wil het gevoel hebben dat ik een bepaald idioom eigen heb gemaakt dat mij gevormd heeft, dat misschien lijkt op bepaalde stromingen of artiesten, maar dat het ook gewoon mijn idioom is geworden omdat ik me daar zelf in geschoold heb. Als ik iets maak waarvan ik herken dat het precies hetzelfde is als iets anders, dan is er geen uitdaging voor mij om er mee door te gaan. En ik ben op zich wel heel analytisch. Wanneer ik iets gemaakt heb ga ik het heel veel luisteren, en dan ontdek je vaak of het op iets bestaands lijkt. En zolang dat niet storend is, vind ik dat niet erg.

In hoeverre maak je muziek voor jezelf en ik hoeverre trek je je aan wat anderen vinden en willen?
Kijk, er gaat momenteel heel weinig geld in de cultuur en entertainment sector om en als je kijkt naar de financieel grote sterren van Nederland, bijvoorbeeld Marco Borsato, Bløf of Anouk, dan zijn dat allemaal mensen die al in de jaren ’90 zijn opgekomen. Dat maakt mij verder niks uit, want geld is voor mij op geen enkele manier een motiverende factor. Ik probeer een carrière te hebben en probeer mensen aan me te binden die dat interessant vinden om te volgen. En als dat er dan, zeg, een paar duizend kunnen zijn, dan kan ik al tevreden zijn en dan kan ik waarschijnlijk ook doorgaan met wat ik doe. Het is natuurlijk leuk om zoveel mogelijk mensen aan te spreken en het betekent veel voor me als mensen m’n muziek waarderen, maar het begint bij jezelf. Als je iets maakt wil je jezelf daarmee verbazen, denk ik, en als anderen dat ook mooi vinden, dan is dat prachtig. En het is een mooi idee om zoiets te kunnen nalaten, maar het is dus niet dat ik iets maak omdat anderen dat leuk vinden.
Er zijn ook bands die dat wel doen. Die kijken naar wat voor soort muziek de radio’s draaien en gaan dat dan op maat leveren. Dat kan, prima voor hen, maar ik zou er niet mee kunnen leven. Ik wil iets maken naar m’n eigen regels. Dat is een beetje waar ik sta op dit moment. Dat ik muziek maak voelt ook niet als een keus, het is nooit een rationele keuze geweest. Rationeel had ik hele andere dingen moeten doen. Het is een intuïtieve, emotionele keus. Ik ben gelukkig. Ik verdien niet veel geld, het is krap, maar ik heb echt een goed leven en er zit over het algemeen altijd een stijgende lijn in. Ik ben de hele dag bezig met m’n passie en ik ben op een bepaalde manier heel vrij.

Heb je veel optredens?
De laatste paar weken heb ik het heel druk met optredens in het weekend. Sommige periodes zijn moeilijker, maar deze maanden zijn goed, veel festivals en feestjes. Ik doe ook huiskamerconcerten, weet je wel, dan kunnen mensen me boeken, dat is ook leuk om te doen. Ik probeer gewoon de afweging te maken en trouw aan mezelf te zijn. En ik schrijf soms ook in opdracht, dat vind ik ook leuk. Laatst nog voor de gemeente Haarlem bijvoorbeeld. Je hebt dan wel een kader, maar daar kan je ook veel van jezelf in leggen. Mensen vragen je om wat je doet, en dat is leuk. En daarnaast doe ik van alles en nog wat. Volgende week geef ik bijvoorbeeld een songwriter clinic op het gymnasium hier. En ik ben met allemaal projecten bezig. Bijvoorbeeld een uitwisseling tussen LA FABRIK in Frankrijk en het Patronaat in Haarlem. Ik heb een keer met vrienden en collega’s in LA FABRIK gezeten en mocht daar gewoon gratis wonen, ik kreeg een appartement en zo, in ruil voor een paar optredens. Dat vond ik echt geweldig. Nu hebben we dat dus opgezet en gaan er tweemaal per jaar Haarlemse artiesten daar naartoe, en tweemaal per jaar Franse artiesten hier naartoe, die dan een week lang kunnen werken en aan het eind één of twee optredens geven die gratis toegankelijk zijn voor de lokale bevolking. Ik vind het leuk om dat soort dingen te organiseren. Ik hou van veel variatie, van verschillende plekken.

Reis je ook veel?
Het liefst wel. Ik vind het geweldig om in de kleinste gehuchten en de grootste steden te komen, om nieuwe mensen te ontmoeten. Dat blijft je vizier verbreden, het leert je veel over jezelf, over anderen. Het is heerlijk om mensen te observeren.
Ik hou dus veel van reizen, maar ik heb eigenlijk nooit echt een verre reis gedaan. Eerst zat ik in een band en dan kan je niet zomaar lang weg,  en nu is er financieel gezien de ruimte ook niet voor. Maar ik probeer wel door Europa te reizen. Het is belangrijk om afstand te kunnen nemen, om dingen los te laten. Je komt met nieuwe energie en interesse terug, je leert wat je wel en niet mist, je krijgt een nieuwe kijk op vraagstukken. Ik vind het fantastisch om in een bruisende stad te zijn, maar ik vind het ook heerlijk om in de natuur te zijn. Ik denk dat het belangrijk is om te voelen, om je te realiseren wat je voelt en dicht bij jezelf te staan en te handelen naar wat je voelt. Veel mensen blokkeren dat gevoel en zijn rationeler ingesteld. Bij mij is het gevoel belangrijk, de emotie. Ik denk dat dat soort dingen wel helpen om te genieten van een ondergaande zon, de ongerepte natuur, en als je dan daar iets bij voelt, dan merk je dat je leeft, dat je er bent. Dat is denk ik heel mooi en waardevol. Het klinkt misschien een beetje zweverig, maar ik vind het gewoon mooi.

En er komt binnenkort een album van je uit, nietwaar?
Ja, die is bijna af. De titel weet ik nog niet, ik twijfel nog tussen een aantal. Misschien wordt het ‘Yorick van Norden’, dat is wel de minst geïnspireerde titel, ha ha. Maar het is denk ik wel een goede titel voor een debuutsoloplaat. De plaat is heel eclectisch, waarbij de grote gemene deler hopelijk is dat er een overkoepelende persoonlijkheid is. Ik kan niet beoordelen of ik daar in geslaagd ben. Of het inderdaad een plaat is die heel verschillend is maar waar een verbindende persoonlijkheid uit spreekt, dat kan ik zelf niet bepalen. Maar dan is ‘Yorick van Norden’ op zich wel  een heldere titel.
Het album komt denk ik uit in oktober of november, maar dat soort dingen duren ook weleens langer. Weet je, hoe ouder ik word, hoe sneller de tijd gaat. Het klinkt nu alsof ik heel oud ben, maar dat valt wel mee. Maar tien jaar geleden was een dag gewoon veel langer. Waarschijnlijk omdat een dag relatief een steeds kleiner deel van je leven is, zoals ze zeggen.

Heeft je muziek bepaalde thema’s?
M’n muziek gaat meer over gevoelens en dingen die je meemaakt dan over bijvoorbeeld actualiteiten. Het zijn meer tijdloze emoties die ik probeer te vangen en verwoorden. Ik gebruik ook nooit het woord ‘e-mail’ of zo in een songtekst, het moet een beetje tijdloos zijn. Liefde en passie, dat is waar het om gaat. Ook als het een kritisch nummer is, want dat is ook een vorm van liefde. Ik ben erg optimistisch ingesteld. Als er een soort lijn te ontdekken is in m’n werk, dan is het dat wel. Het is makkelijk om negatief te zijn, denk ik. Afzeiken is heel populair, weet je wel, maar dat is denk ik de makkelijke weg. Ik schrijf ook veel melancholische dingen, maar er is altijd een soort zonnestraal aan de horizon, al zien veel mensen die nuance misschien niet in m’n nummers en herkennen ze alleen de pure optimist. Maar zo sta ik er wel in. Er is altijd een volgende dag, er is altijd een volgende kans, er is altijd een morgen, dat is denk ik de beste manier om met het leven om te gaan. Daar geloof ik heilig in.

Dat is een mooie afsluiter, dank!

interview yorick1
interview yorick2
interview yorick3
interview yorick4